Lessen uit nieuw onderzoek naar Oekraïense vluchtelingen

Wie in Nederland wil werken, studeren of contacten wil opbouwen, merkt al snel hoe belangrijk de Nederlandse taal is. Nieuw onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) onder Oekraïense vluchtelingen laat zien dat taalvaardigheid een van de grootste obstakels blijft voor een succesvolle deelname aan de samenleving

Sinds het uitbreken van de oorlog zijn ongeveer 130.000 Oekraïners naar Nederland gevlucht. De opvang was aanvankelijk gericht op een tijdelijk verblijf, maar inmiddels wil het merendeel de komende jaren blijven. Bijna de helft geeft zelfs aan ook na het einde van de oorlog voorlopig niet naar Oekraïne terug te willen.

Opvallend is dat veel Oekraïners al wel deelnemen aan de arbeidsmarkt. In 2025 heeft 67 procent betaald werk, een percentage dat dicht in de buurt komt van de Nederlandse beroepsbevolking. Toch werkt 62 procent onder het niveau waarop men in Oekraïne werkzaam was. De belangrijkste belemmering om beter passend werk te vinden is volgens de onderzoekers nog altijd de beperkte beheersing van het Nederlands.

De cijfers over taalvaardigheid zijn duidelijk. Driekwart van de ondervraagden geeft aan slecht of helemaal geen Nederlands te spreken. Gemiddeld beoordelen zij hun eigen taalniveau met een 3 op een schaal van 10. Dat heeft gevolgen die verder reiken dan werk alleen. Veel Oekraïners hebben nauwelijks contact met Nederlanders en ervaren daardoor vaker gevoelens van eenzaamheid. Ook mentale problemen, zoals angst, depressie en stress, komen relatief veel voor.

Voor taalscholen bevestigen deze resultaten iets wat dagelijks in de praktijk zichtbaar is: taal is meer dan een middel om boodschappen te doen of formulieren in te vullen. Wie Nederlands leert, vergroot de kansen op passend werk, kan gemakkelijker contact leggen met collega’s, buren en vrijwilligersorganisaties en voelt zich sneller thuis in de samenleving.

Het WODC adviseert daarom om extra te investeren in taalcursussen en leer-werktrajecten waarin taal en praktijk worden gecombineerd. Daarmee wordt niet alleen de positie op de arbeidsmarkt versterkt, maar ook de mogelijkheid om echt mee te doen in Nederland.